Waarom zou ik me tegenwoordig nog surrealist noemen? Omdat wat ik doe simpelweg surrealisme is. Een surrealistisch schilder is geen schilder die surrealistisch schildert maar een surrealist die schildert. Vanaf het begin (1984) is er de drang geweest om surrealistisch te schilderen en in 2004 wist ik het zeker: ik ben surrealist. Beelden vormen zich naar aanleiding van woorden en woorden vormen zich naar aanleiding van beelden. Bij songteksten of thema's associeer ik beelden die ik vastleg op doek. Een deel van die beelden vormen zich al schilderend (automatisch) waardoor een eigen werkelijkheid ontstaat. Daarmee is mijn werk surrealistisch in de filosofische zin van Breton (1924): het surrealisme berust op het geloof in de superieure werkelijkheid van bepaalde vormen van associatie die tot nu toe werden verwaarloosd, in het oppermachtig zijn van de droom, in het doelloos spel van denken. Het gebruik van symboliek geeft een persoonlijk verhaal en langzamerhand ontstaat een eigen wereld.