Verwantschap voel ik vooral met andere surrealisten als Moesman, Morris, Tanguy, Magritte en Kanters. Allen bezig hun eigen wereld te scheppen, die in eerste instantie voor henzelf bedoeld is. 

Een paar citaten: Morris: I do not expect anyone else to share my interest in a world so intensely personal, but I am pleased if they do. 

Voor Moesman was het schilderen geen hobby maar een gedrevenheid, op de vraag van een buurman (Ben je met schilderen als hobby begonnen?) antwoorde hij: Ja dat is ongeveer net als met Jezus gegaan. Die is in zijn vrije tijd met twaalf andere langharigen met dat verlossen begonnen, niet in het bezit van een akte lager of middelbaar verlossen. Hij was geen lid van de bond, gewoon amateur, en nog strafbaar ook wegens onbevoegd verlossen. 

Magritte: I recognize only one motive for the act of painting: the desire to paint an image one would like to look at.